Even voorstellen… uit de wijk!

Even voorstellen… is bedacht om elkaar beter te leren kennen.  Iemand uit de wijk stelt zich aan je voor en vertelt wat hij of zij doet in de wijk. Dat kan een winkelier zijn, een vrijwilliger, maar ook je buurman of buurvrouw. Op deze manier leer je de mensen om je heen een beetje kennen.

Lijkt het je ook leuk om je even voor te stellen? Laat het ons weten! Info via linda_van_wijk@hotmail.com of via het contactformulier.


Dirkjan en Mien Helms ambassadeurs van de voedselbank

“Het kan iedereen overkomen”

 Wat is het mooi als je gezonde levensjaren erbij krijgt die je zelf mag invullen waar de samenleving ook nog voordeel bij heeft. Vrijwilligerswerk! Heel veel ouderen doen het. Zo zitten we aan tafel  in de Hollandia State bij een paar vitaal ogende zeventigers die al vanaf het begin van de voedselbank in 2012 in Veenendaal zijn betrokken. Aan het woord zijn Dirkjan en Mien Helms, mensen met een missie: “Wij vinden het vooral mooi om blijde gezichten te zien, dat we kunnen bijdragen aan de vermindering van armoede en voedselverspilling tegen te gaan, daar doen we het voor. Daarom hopen we het nog lang vol te houden”. Een interview met een paar betrokken vrijwilligers.

“Dirkjan”, antwoord Mien op onze vraag met wat voor mensen we te maken hebben op het moment dat hij een telefoontje krijgt, “is van huis uit een man die gelijk de handen uit de mouwen steekt als het moet. Hij kan dan wat gesloten zijn, bij velen is hij graag gezien”. En Dirkjan lachend over Mien: “We zijn nu meer dan 50 jaar getrouwd en ik heb nog nooit een blauw oog gehad. Nou? Nee wij zijn mensen die veel samen doen.

We woonden voor ons trouwen vlakbij elkaar, allebei in Veenendaal-zuid. Ik werkte 40 jaar bij de PTT (post) waar ik op mijn 55ste met prepensioen ging. Zingen is mijn lust in mijn leven. Dat doe ik bij het Ritmeester Veenzangers mannenkoor en bij een landelijk koor in Harderwijk. Vrijwilligerswerk doe ik ook in de Meent evenals Mien”. Mien daarover: “Bij de Meent doen we van alles wat, bij de voedselbank staan we bij de uitgifte. Ja, dat is hard werken van half twee tot half vijf om de week op de vrijdagmiddag. Waarom we dit doen? Ik ben altijd onder de mensen geweest, heb 32 jaar op de markt gestaan met lappen stof. Maar dit is zo mooi om te doen. Die dankbaarheid en soms staan ze er tot huilens toe bij. Natuurlijk zijn er ook wel eens lastige klanten bij. Dan is het zaak om rustig en vriendelijk te blijven. Hier worden we in getraind”, aldus Mien.

Nederland is een welvarend land wat tot de 20 grootste economieën behoort. Je zou denken dat het prima zonder voedselbanken moet kunnen? Dirkjan: “Dat is een van de grote misverstanden die er zijn over de voedselbanken in Nederland”, zegt hij. “Als je weet dat er in Nederland één miljoen mensen onder de armoedegrens leven dan zegt dat genoeg. We krijgen hier wekelijks 170 cliënten over de vloer. Het zijn er ook wel eens meer dan twee honderd geweest”. Mien vult aan. “Voordat de mensen hier komen worden ze gescreend en vervolgens begeleid door een schuldhulpmaatje. Zij zijn precies op de hoogte van hun financiële situatie en helpen ze weer op eigen benen te staan. Het pasje wat ze krijgen verschaft hun toegang tot de voedselbank. Privacy is uiteraard gewaarborgd”, aldus Mien.

Hoe lang zijn cliënten gemiddeld klant bij de voedselbank? Dirkjan: ”Sommigen lopen hier een jaar, soms twee maar 4 jaar komt ook voor. Gemiddeld neemt het traject, dat ze de boel weer op een rijtje hebben,  zo’n drie jaar in beslag. Dat zou mij niet gebeuren horen wij wel eens. Nog zo’n misverstand. En, neem dat van mij aan, het kan iedereen gebeuren”. En Mien heel stellig over de voedselveiligheid: “De producten die hier verstrekt worden zijn absoluut veilig. Laat daar ook geen misverstand over bestaan. De controle van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) is streng. Regelmatig komen ze hier binnen vallen. Als we het toch over misverstanden hebben is als de overheid de regie zou hebben over de voedselbanken. Dan zou je ook geen donateur kunnen worden terwijl je daar zo afhankelijk van ben. Ik ben er van overtuigd als je de voedselbanken aan de overheid zou over laten dat het niet zo goed uit de verf zou komen als dat nu het geval is”, weet Mien heel zeker.

Op hoeveel vrijwilligers drijft de voedselbank in Veenendaal? Mien: “Hier in Veenendaal zijn zo’n 65 vrijwilligers betrokken waarvan 4 coördinatoren. Dirkjan en ik zijn er ongeveer 3 ½ uur per week te vinden. Cliënten moeten zelf hun pakket afhalen. Een pakket bestaat iedere week uit verschillende producten. Het is maar net wat er wordt aangevoerd. De producten die de cliënten krijgen komen van de supermarkten Jumbo en Aldi, van lokale producenten en leveranciers, van de kerken en soms van particulieren”.

Wat voor cliënten komen er zoal bij de voedselbank? Dirkjan: “Dat zijn cliënten uit alle lagen van de bevolking. Wij geven producten uit aan onder andere werklozen, mensen die gescheiden zijn, chronisch zieken, noem maar op. Mensen in nood  om het zo maar te zeggen”. Mien: “Die eerste stap hier zetten lijkt me best moeilijk. Maar ja het overkomt jong en oud, ziek en gezond, werkloos en werkend, eenzamen en gezinnen. Je moet er toch niet aan denken. Daarom is het zo mooi deze groepen mensen te kunnen helpen”, besluit Mien dit gesprek.

In Nederland werd één van de eerste voedselbanken opgericht in 2002 door Sjaak en Clara Sies in Rotterdam. In 2006 werd besloten om een landelijke organisatie te vormen op basis van acht regio’s met acht regionale voedselbanken. Dit leidde tot de oprichting van de Federatie van Voedselbanken in Nederland (FVN). In 2013 kwam daar de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken uit voort. Deze landelijke koepelorganisatie wordt meestal Voedselbanken Nederland genoemd. In 2016 zijn er 166 voedselbanken en acht distributiecentra bij aangesloten. Voedselbanken Nederland heeft als doel de plaatselijke voedselbanken te ondersteunen bij hun kerntaken. De voedselbanken beschikken over meer dan 535 uitgiftepunten voor voedselpakketten. Ongeveer 11.000 vrijwilligers zijn actief bij de voedselbanken. Volgens een telling die eind 2016 werd gehouden deden 135.000 mensen een beroep op een voedselverstrekking, en werden er ca. 2 miljoen voedselpakketten uitgeleverd aan 30.500 huishoudens.

Voedselbank Veenendaal, Gilbert van Schoonbekestraat75, 3901 PZ Veenendaal, Postbus 987, 3900 AZ, E.: info@voedselbankveenendaal.nl

Openingstijden:

  • Voedselbank: vrijdaguitgifte 15.00 – 16.30
  • Kledingbank: woensdaguitgifte 14.00 – 15.30
  • vrijdaguitgifte 14.30 – 16.30
  • Inbrengen kleding: maandag tot donderdag 10.00 – 14.00, dinsdag 19.00 – 20.30

Tekst en foto Gertjan van Capellen.


Veenendaals trio naar Santiago de Compostella

“Het was een mooie maar vooral ook een culinaire reis”

groepsfoto voor de kathedraal in Santiago de Compostela 18 okt 2017

Ze kennen elkaar sinds de jaren ’70, drie Veenendaalse vrienden uit Veenendaal-Zuid: Piet Valkenburg (58), Henk Bos (58) en Erik van Bruinessen (56). Ze gingen samen naar Pinkpop, maakten korte vakanties en struinden vliegerfeesten af.

Piet en Henk zijn woonachtig in Veenendaal en Erik woont in de Dordogne in Frankrijk. Alle drie hadden ze dezelfde droom: ooit wilde ze op hun stalen ros de Camino naar Santiago de Compostella in Spanje fietsen. Maar hoe doe je dat met een dwarslaesie die Piet en Erik jaren geleden hadden opgelopen. Maar zie daar was de reddende valide engel Henk Bos.  

Erik liep in 1993 tijdens een sportief weekend in de Ardennen een incomplete dwarslaesie op. Zijn fiets is een driewiel ligfiets en inmiddels voorzien van elektrische ondersteuning. Piet liep door een bloeding in de ruggengraat in 2013 een dwarslaesie op. Hij is in het bezit van een handbike. En Henk? Die gaat als een speer op z’n Travelmaster.

groepsfoto met de priester van Estree St Denis

Ze hadden geen spirituele input voor de tocht. Piet: “Het ging erom dat de vriendschap weer beklonken werd en dat we onszelf wilden bewijzen ondanks de handicaps. Wat ons is bijgebleven zijn de leuke ontmoetingen, het prachtige landschap, de fraaie dorpjes en de mooie architectuur in de steden. Erik wilde aanvankelijk met de rolstoel terwijl ik degene was die de Camino lopende wilde doen. En Henk? Of hij ooit plannen had in die richting is niet helemaal duidelijk, maar het kwam wel goed uit”.

Erik: “Henk stelde voor om mee te gaan. Besloten werd om het in twee etappes te doen: van Veenendaal naar het departement Dordogne, ongeveer 1400km en van Roncesvalles naar Santiago de Compostella zo’n 800km”.

Henk: “Op hun vraag om mee te gaan fietsen riep ik wel heel erg snel Ja! Tijdens de dagelijkse ritten werd al snel duidelijk dat bergopwaarts een groot verschil maakte in snelheid. Deze tijd benutte ik voor het maken van sfeerplaatjes en actiefoto’s om de aankomsten op video voor het nageslacht vast te leggen en het wegdrinken van vele liters cola en ander nuttig vocht”.

We komen erin in de tweede etappe die van Roncesvalles naar Santiago de Compostella lijdt. Erik: “In de eerste etappe waren het de heuvels die de naam mee-eter nog niet waard waren, in de tweede etappe waren het geen steenpuisten maar meer etterende zweren. Zo werd de Cruz de Ferro (1504m) met een stijgingspercentage van 6-8% bedwongen, de Alto de Cerezales (1508) waarna een afdaling volgde van 14km, de Alto de San Roque (1270m), de Alto de Cebreiro (1300) en de Alto do Poio (1335m). De stijgsnelheid bedroeg soms een km of 3 per uur en af en toe stonden we zelfs stil. Henk had op die momenten dusdanig meelij dat hij ons één voor één omhoog hielp. Er werden zelfs medepelgrims ingeschakeld. Vanuit Roncesvalles ging het hoofdzakelijk gefaseerd naar beneden om 150km verder op 300m hoogte uit komen. Van daaruit ging het weer naar boven om 100km verder op 1200m hoogte te zitten. Daarna volgde een afdaling naar Burgos. Vervolgens fietsten we een dag of drie 250km op een hoogte van 800 m naar Astorga tussen omgeploegde akkers. Nog saaier moet nog worden uitgevonden”.

“Op de Cruz de Ferro”, wil Erik nog wel even kwijt, “staat een ijzeren kruis waar al eeuwen stenen neergelegd worden door pelgrims. Elke pelgrim kan een steen van thuis meenemen die symbool staat voor in het verleden gedane zonden. Eenmaal neergelegd ben je bevrijd en kun je verder met je reis. Ook de fietstassen van Henk voelden een stuk lichter aan. De afdaling van de Alto de Cerezales ging Piet zo hard naar beneden dat hij beneden een minuut of tien bezig is geweest om de vliegjes tussen zijn tanden uit te pulken. Hadden we het ene moment het zweet in de bilnaad, de andere keer het snot voor de ogen. Er waren stukken bij die zo steil waren dat ik me werkelijk aan de vangrail omhoog moest trekken en Piet achter zijn karretje ging lopen om maar vooruit te komen”.

Als ze ruim een week erop hebben zitten beginnen de hormonen op te spelen. Erik: “Alsof de duvel er mee speelt komen er plots twee ‘aantrekkelijke dames’ aanlopen. Duimen gaan omhoog en er wordt gelachen en geroepen. Eén vliegt me om de nek om me te kussen waarop ik duidelijk maak dat ik me volgende keer zal scheren. Als ‘ze’ dan aan haar bovenlip begint te plukken toont ze trots haar snorretje! Hormonen gelijk afgekoeld”.

“Op een avond”, gaat Erik verder, “hadden we ons bivak opgeslagen in een albergue, een herberg, die op een helling naast een kerk is gebouwd. De weg er naar toe bestond uit ronde keien. De herberg bestond uit verschillende vertrekken die met trappen waren te bereiken! Probleem. Hoe deed je dat met een zittende pelgrim zoals ik? Voor ons drieën werd uiteindelijk een kamer gevonden op de begane grond en konden we ons douchen in de massagesalon. Hier had je een overnachting voor 15 eurootjes inclusief avondeten en ontbijt. Het gezelschap kende vele nationaliteiten. Er werd gesproken, gelachen en er werd voor gezorgd dat de lege wijnflessen weer vol terug kwamen. De mindere verassing was dat er handjes in de keuken werden gevraagd  voor het schoonmaken van de keuken en het afwassen van de vaat”.

Sinds de middeleeuwen is Santiago de Compostela, waar de heilige apostel Jacobus volgens de overlevering werd begraven, met Rome en Jeruzalem het belangrijkste christelijke bedevaartsoord. Van de meer dan 300.000 pelgrims in 2017 was 49% vrouw en 51% man. 93% legde de bedevaart te voet af, 7% met de fiets, 417 bedevaarders te paard en 43 pelgrims in een rolstoel. 55% van de pelgrims was tussen de 30 en 60 jaar, 17% was ouder. 47% van de pelgrims ging niet uitsluitend om religieuze, maar ook om culturele redenen naar Santiago de Compostella op bedevaart.

Er zijn meer wandelaars dan fietsers die de Camino ondernemen. Erik: “We schatten het aantal wandelaars die wij hebben gezien op zo’n 4000 tegen 75 fietsers. Het gebeurde nooit dat we dezelfde mensen tegenkwamen, we reden ze meestal achterop. Fietsend deden wij er langer over dan sommigen lopend deden. Lopers hadden ook voorrang als het ging om een slaapplaats in de herberg. Op tv werden we geconfronteerd met bosbranden, precies het gebied waar wij doorheen moesten. De vlammen waren ons goed gezind en bereikten we onze volgende rustplaats. In veel overnachtingsplaatsen wordt er speciaal voor pelgrims een mis georganiseerd. Twee keer stond de ‘hongerige’ (en schijnheilige) Piet vooraan om van het ouweltje te smikkelen. Na enkele dagen simuleert hij ook nog eens een val om een rustdag in te lassen. Het komt ons allemaal goed uit”.

En dan eindelijk is daar de ultieme beloning na 18 fietsdagen: Santiago de Compostella. Hadden Henk, Piet en Erik ruim 15 dagen alleen maar zon en tropische temperaturen gehad, uitgerekend de laatste dag in Santiago waren  het de plensbuien die hun nat en koud maakten.

Door Gertjan van Capellen              Foto Henk Bos


Blinde Rein van der Louw:
“Ik denk niet in termen van problemen maar in uitdagingen”

IMG_2474Uit cijfers blijkt dat er in Nederland circa 76000 blinde mensen zijn. Rein van der Louw (68), geboren in Alphen aan de Rijn maar sinds anderhalf jaar woonachtig in Veenendaal-Zuid, is zoals hij het zelf zegt, zo blind als het maar kan. Stichting Bartimeus, een instelling ten behoeve van zorg voor slechtziende en blinde mensen, levert Rein zelfredzaamheid en zelfstandigheid. Samen met zijn vrouw Suzanne kan hij zich binnenshuis goed redden. Rein verpakt zijn verhaal met een flinke dosis humor en zelfspot: “Daar moet je oog voor hebben” of “Ik zal het deze keer door de vingers zien” of “Ik knijp wel een oogje dicht” of over zijn huwelijk “Het was geen liefde op het eerste gezicht”. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.


Hoe oud was hij toen hij zich bewust werd van zijn oogziekte? “Vooropgesteld, ik ben slechtziend geboren. Toen ik een jaar of 4 was merkte ik dat ik niet met andere mee kon komen. Zo rond mijn zevende werd ik me bewust van mijn blindheid. Na een half jaar reguliere basisschool kwam ik bij Bartimeus terecht. Hier vervolgde ik de basisschool en aansluitend de MULO (Nu Mavo, red.) die ik niet afmaakte. Op mijn veertiende ging ik van de slechtziende naar de blinde school van Bartimeus. Hier heb ik handelscorrespondentie gedaan en het middenstandsdiploma gehaald. Ik was 21 toen ik een baan kreeg aangeboden als telefonist bij een ingenieursbureau in Amersfoort. Hier heb ik 42 jaar met plezier gewerkt”, klinkt het stellig.

IMG_20170711_150357[458]“Mijn blindheid zit in de familie. Mijn opa had het, mijn moeder was draagster maar mijn 3 broers hadden het niet. Een neef was ook blind. Ik zeg altijd, ik ben de fitste van de familie alleen blind”, aldus Rein die weet dat hij door zijn omgeving wordt gewaardeerd vanwege zijn positieve karakter. Hij denkt in termen van uitdagingen, niet in problemen.
De naam Bartimeus is reeds gevallen. Rein: “Bij Bartimeus kunnen visueel beperkten, slecht zienden en blinden onder andere een opleiding volgen, vindt er nazorg plaats, wordt er mobiliteitstraining gegeven, kan er informatie en advies worden ingewonnen over aanpassing en hulpmiddelen en vinden er familieavonden plaats waar de partners ook bij betrokken zijn. Persoonlijk heb ik veel baat bij de mobiliteitstraining, zeker als je bedenkt dat de toegankelijkheid in Veenendaal beter kan. Wellicht behoort dat binnenkort tot het verleden. De gemeente is welwillend en staan open voor ideeën. Inmiddels zijn hier rond het Bruïneplein op mijn verzoek blindegeleidentegels neergelegd. Die komen nu ook te liggen op de Patrimoniumlaan. Op de Rembrandtlaan en de Kerkewijk komen zebra’s. Samen met Bartimeus hebben we voor realisatie van de zebra’s de druk opgevoerd en zie daar, met resultaat! De bewustwording in Veenendaal komt op gang. Door die bewustwording van de gemeente hoop ik dat ik binnenkort ook zelfstandig naar het gemeentehuis of poli kan. Die bereikbaarheid laat nog te wensen over. In het oogcafe, wat sinds vorig jaar in de Cultuurfabriek is gevestigd, kunnen mensen met een visuele beperking eens in de twee maanden hun ervaringen delen over dit soort dingen”.
Op onze vraag of blinden ook wel eens vergeten dat ze blind zijn, kan hij een lach niet onderdrukken. Rein: ”Nou vergeten eigenlijk niet, wat ik wel vergeet is mijn stok. Ik vraag me nooit af waarom ik het heb, kan er ook niet boos om worden”. Zijn vrouw Suzanne waar hij in 2013 mee trouwde vond het geen issue. Suzanne daarover: “Hij kan mij dan wel niet zien met zijn mooie blauwe ogen, hij kan me wel voelen. Mooi toch? We gaan er makkelijk mee om. Het enige wat ik doe is de administratie. Het is een wisselwerking”.
“Hulpmiddelen die ik onder andere gebruik is een stok die altijd wit is om aan te geven dat je blind ben, een brailleleesregel met spraak, een brailletypemachine en een webbox waar ik via internet naar tv kan luisteren maar ook naar deze krant kan luisteren. Verder ben ik in bezit van een elektrische tandem waar ik met Suzanne de omgeving mee afstruin. Verder kan ik genieten van gospelmuziek en lees ik onder andere Hendrik Groen. Zelf creëer ik foefjes om het leven zo aangenaam mogelijk te maken. Lid ben ik van de oogvereniging en ga twee keer per week naar de sportschool. Verder hebben we de keuken zo aangepast zodat koken me goed afgaat. Ik kan me goed redden. Vast punten in huis zijn essentieel maar ook handig is de looplijn in huis. Natuurlijk gaat er wel eens wat mis. Eigenlijk doe ik alles behalve de administratie. Boodschappen doe ik met begeleiding. Dan vragen ze wel eens – kan ik iets voor u doen? – Helaas zeg ik dan, ik ben vandaag niet met de auto maar dat duurt niet lang want dan behoort een zelfsturende auto tot de mogelijkheden”.
Hoe is het met de andere zintuigen gesteld? “Prima, ik mag alles hebben van de dokter. Waar ik op moet letten is mijn houding doordat je motoriek als blinde anders is en me op mijn gehoor moet oriënteren. Kleuren weet je alleen als je niet blind ben geboren. Herinneringen daarentegen zijn er wel, net als met dromen. Ik droom in beelden. Slapen doe ik met mijn ogen dicht, ja we zijn net mensen, maar dat heb ik ook als ik wakker ben. Als de dagen grijs zijn merk ik maar ook als de zon schijnt. Ik zeg altijd, ik ken mensen met een grotere beperking. Het leven van een blinde hoeft niet saai te zijn. Het is maar net wat je ervan maakt. Lichamelijk mag ik dan blind zijn, geestelijk zie ik scherp. Over geestelijk gesproken, samen hebben we veel steun aan het geloof. We kerken bij Mozaiek 0318. Hier voelen we ons welkom en thuis. De preek mag dan niet altijd blijven hangen, de humor en de muziek wel. Ik voel me werkelijk een gelukkig mens”, besluit Rein ons gesprek.

Door Gertjan van Capellen
Foto’s Suzanne van der Louw


Henk Scholte

IMG_4566Hij is een zoon van een sigarenmaker uit Kampen, die na verschillende jaren heen en weer te hebben gependeld tussen Kampen en Veenendaal, besloot in Veenendaal te gaan wonen. In Veenendaal zaten ze te springen om sigarenmakers, terwijl Kampen een overschot had. 25 jaar woonde hij met z’n ouders op de Mr. Heemskerkstraat en trouwde hij met z’n Jannie. Na 10 jaar in Rhenen te hebben gewoond verhuisde het stel weer naar Veenendaal. Zijn hobby’s zijn hardlopen en zijn ze eigenaar van een camper waar ze stad en land (Duitsland, België maar ook Roemenie, Hongarije en Kroatie mee hebben aangedaan) mee afreizen. Echter zijn grote passie is kunstschilderen. Voor hem betekend dat gedachten verzetten, jezelf (op) waarderen, trots zijn op jezelf, zo van dat heb ik in die zes jaar schilderen toch maar gepresteerd. Voor Henk Scholten (66), wonend aan de Klaas Katerstraat, is de natuur z’n grote inspiratiebron en dat legt hij dan ook graag vast in zijn schilderijen.

IMG_4564Vanzelfsprekend komt jongerencentrum De Pomp, destijds op de hoek van de Tuinstraat/Sandbrinkstraat, ter sprake. We delen de mooie herinneringen zoals de gezellige avonden en de vele bands die er optraden. Namen van medebezoekers passeren de revue die inmiddels zijn overleden. In de Pomp kwam Henk tot het geloofsleven en heeft het hem sindsdien ook niet meer losgelaten. Maar we gaan nog verder terug in de tijd als we het over z’n opleiding hebben. Henk: “Na de lagere school heb ik twee jaar LTS gedaan. Tot 1973 pakte ik van alles aan, ben zelfs ijscoboer geweest. Vanaf ’73 tot 1998 heb ik op de DELM in Elst gewerkt. Ook hier oefende ik verschillende functies uit: van facilitair medewerker naar intern transport en vervolgens administratief medewerker. Daarna kreeg ik veel met ziektes te maken. Van nature ben ik een gevoelsmens maar dat openbaarde zich steeds meer. Ik kan ook niet zo goed tegen onrecht, zeker als het gaat om de gezondheidszorg. Wat speelt er nu allemaal niet?”, is zijn constatering.

Rond 2010 kwam hij in aanraking met de Veenendaalse kunstenares Hannie Knot. “Ik ben er eerst even gaan kijken. Uiteindelijk ging ik op les, zag er vreselijk tegenop. Ik moest flinke barrières overwinnen om het schilderen onder de knie te krijgen. De eerste bomen zagen er dan ook niet uit. Maar lieverlee werd ik er handig in, kreeg er meer grip op, durfde ik meer en ontwikkel je een persoonlijke stijl. Ik schilder naar fotovoorbeeld bij voorkeur landschappen die ik abstract vorm geef, je geeft het een eigen draai. Persoonlijk vind ik abstract niet alleen het makkelijkst maar ook het mooist. Het mooiste formaat om te schilderen”, legt Henk uit, “vind ik 50 x 1.50, (getuige Jezus aan het kruis, red.) maar ook 1.20 x 1.60 komt voor. Eens per jaar exposeer ik hier in Veenendaal met de plaatselijke kunstenaars op het gebied van de amateur (schilder)kunst. Ik schilder hoofdzakelijk met penselen maar ook met m’n vingers. Leuk om te melden is dat ik af en toe wat verkoop, maar loop er niet mee te leuren”, aldus Henk.

Met wat voor soort verf geeft Henk zijn schilderijen kleur? “Dat doe ik met acryl- en olieverf. Mijn werkwijze is dat ik eerst 4 á 5 lagen acrylverf aanbreng van donker naar licht. Dat laat ik een tijdje drogen en schilder en maak ik het af met Amsterdam verf. De creatie die ik voor ogen had is dan klaar. En dat heb ik toch maar weer gepresteerd zeg ik dan tegen Jannie, afhankelijk van het resultaat. Schilders die ik bewonder zijn Bob Ross (1942-1995), een Amerikaanse landschapschilder die van 1982 tot en met 1993 furore maakte op tv met zijn serie The joy of painting. Het leek zo eenvoudig wat hij schilderde maar hij was echt geniaal. En zo heeft mij het schilderij – de zonsondergang in de haven -, van de Franse impressionistische Claude Monet (1840-1926) me verrast. Dat staat er zo haarfijn op, ja daar kan ik zeker lyrisch van worden. Zoiets pakt je of pak je niet. Als je het hebt over naast welke kunstenaar ik mijn werken zou willen hangen, dan kies ik voor Picasso of het genoemde van Monet”, klinkt het stellig. Daarnaast behoort de Groningse kunstschilder Henk Helmantel, in 2008 uitgeroepen tot kunstenaar van het jaar en de man van de stillevens en van interieurs van middeleeuwse kloosters en kerken, ook nog tot Henk’s favoriete schilders.

Wat is zijn ultieme droom vragen we hem tot slot? “Mijn droom is om nog eens een doek te schilderen van 3 bij 4 meter. Bij juffrouw Tok op de Ginkelse hei in Ede hangt zoiets. Maar ik ben bang dat het in mijn atelier hier op het voorkamertje niet gaat lukken. En hier zit ik toch het liefst. Heel af en toe zit ik nog wel eens buiten achter het huis. Op vakantie wil het ook nog wel eens gebeuren zoals op het eiland Krk bij Kroatië. Als ik het op mijn heupen heb kan ik zo 6 á 7 weken achter elkaar bezig zijn, afhankelijk van mijn inspiratie. Dat kan zomaar ontstaan uit een voorbeeld, afbeelding of een foto uit de krant. Daar heb ik niet zoveel voor nodig”, besluit Henk ons gesprek.

Door: Gertjan van Capellen


Frannie van Haalen, snorkelaar van het eerste uur

“Ik zie het als een prachtige onderwatertuin”

frannie1

Een van de mooiste snorkelplekken ter wereld is het Great Barrier reef bij Australië, maar niet naast de deur. Egypte is dan een uitstekend alternatief. Reeds verschillende jaren gaat Frannie van Haalen (58), met haar man Rene, twee keer per jaar op (snorkel)vakantie in Egypte bij Marsa Alam. De koraalriffen zijn hier van een ongekende schoonheid die maken dat de onderwaterwereld nog vrij intact is. Hier spot ze naast de koraal de meest verschillende dier- en vissoorten. Een interview met een ‘waterambassadeur’.

“Hoe ze zichzelf zou typeren? Dat moet je maar aan hem vragen”. De vinger van Frannie wijst naar haar man René. “Voor Frannie”, zegt René, “Is water een levensbehoefte geworden. Die liefde voor de natuur, in het bijzonder voor water, heeft ze van haar pa. Angst voor en in water heeft ze nooit gehad. In het water is ze de rust zelve en in haar element. Het snorkelen is daar een logisch gevolg van. Alles wat ze vastlegt met snorkelen wil ze doorgeven en zoveel mogelijk delen. Dat is Frannie”, klinkt het stellig uit de mond van René.

Normaal gesproken is snorkelen een watersport waarbij men zwemt, drijft, of in het geval van Frannie duikt onder een haakse hoek. Frannie legt uit: “Een hoekduik is een duikmethode die niet alleen bij het zwemmen en duiken wordt gebruikt maar ook bij het snorkelen. De basisuitrusting voor het snorkelen bestaat uit een bril, een pijpje oftewel de snorkel, vinnen of flippers en in mijn geval een loodgordel. Dit is een riem voorzien van drie zakjes met ieder een kilo lood wat er voor zorgt dat ik makkelijker kan onder blijven. Naar boven ga ik als een dolfijn, als een vliegtuig wat opstijgt. Snorkelen doe ik in een shorty, gemaakt van neoprene, wat strak om je lichaam zit. Het is 2 ½ mm dik wat je beschermt tegen de kou en tegen verbranding”, aldus Frannie.frannie4

“Ik snorkel het liefst in Egypte”, zegt Frannie. “Ons hotel ligt aan een van de mooiste baaien van Marsa Alam, de baai van Jabal Al Rosas aan de Rode Zee. Marsa Alam staat bekend als duik- en snorkelgebied en heeft prachtige en uitgestrekte koraalriffen. We hoeven de straat maar over te steken, pakweg zo’n 300 meter vanaf het hotel, en lopen zo de baai in”.

“Wat ik leuk vindt aan snorkelen”? Ten eerste is het rustgevend, uniek en mooi, erg mooi. Ik zie het als een prachtige onderwatertuin, of je in een aquarium kijkt met zo’n 1200 soorten vis en aanverwanten: kreeft, zeester, zeekoe, dolfijn, mureen, zeekat, steenvis, schildpad (soep – en karetschildpad) en rog, om er een paar te noemen. Voordat je het water ingaat is het van belang je aan de regels te houden: ga niet te ver de zee in en ga het liefst met z’n tweeën. Nou ga ik negen van de tien keer alleen, maar dan wel in de baai. René houdt, al lezend maar met de verrekijker, een oogje in het zeil. Om zoveel mogelijk te zien is het bij snorkelen van belang dat je je in het water zo rustig mogelijk gedraagt, geen felle kleding draagt waar de vissen van schrikken en niet alleen afstand houdt van de dierenwereld maar ook van de koraal. Zo zijn er gevaarlijke vissen zoals de zeeduivel, zee-egel, steenvis en de rog en is er koraal wat brandwonden kan veroorzaken, het zogenaamde vuurkoraal. Van koraal”, weet Frannie, “dat het jaren duurt voordat het weer aangroeit, zo’n 7 á 10 millimeter per jaar. De hoeveelheid licht en de temperatuur spelen hierbij een belangrijke rol” , doceert ze.

“Snorkelen”, gaat ze verder, “doe ik er iedere dag. Laat ik voorop stellen dat de meeste mensen snorkelen aan de oppervlakte. Dat doe ik dus niet. Zo’n hoekduik brengt je snel naar een dieper gedeelte waar ik 1 ½ á 2 minuten onder blijf om te fotograferen en/of te filmen. Dat komt erop neer dat ik dagelijks 7 ½ uur in het water lig. Omdat het vroeg licht en vroeg donker is wil zeggen dat ik er vroeg, half zes, voor uit de veren moet. De laatste keer dat we er waren (oktober 2017, red.)was er weinig wind en het water glashelder. Voordat ik het wist zat ik aan het eind van de baai op volle zee en spotte ik 12 dolfijnen op vrij korte afstand. Dat was wel heel bijzonder. Een andere mooie ervaring was een zeekoe in de baai. Met de kinderen zijn we naar Sha’ab Sataya geweest, een lagune midden op zee, ook wel het dolfijnenhuis genoemd, waar we zo’n 80 spinnerdolfijnen hebben gespot. Heel bijzonder. Mijn man die vindt het allemaal prachtig wat ik doe, die bevindt zich meer aan de zijlijn in een ligstoel met zijn e-book. Alles wat ik zie ziet hij natuurlijk later ook”.

frannie2

Snorkelen vindt zij vele malen leuker dan duiken. Tegen de mensen die niet snorkelen zou ze willen zeggen, ga het proberen, zeker als je goed kan zwemmen. De onderwaterwereld is de moeite waard. Inmiddels zijn ze van Egypte gaan houden, is het niet voor de cultuur dan wel voor de natuur.

“Als ik aan het snorkelen ben ”, vult ze tot slot aan, “heb ik altijd mijn camera stand-by en leg op zo’n dag honderden foto’s en talrijke films vast (Youtube: Frannie van Haalen, Aurora Bay). Omdat de natuur mij lief is, of het nou om vogels, vissen of paddenstoelen gaat, ik wil daar anderen deelgenoot van maken. Des te erger is het te moeten constateren dat de zeeën en oceanen steeds meer bevuild raken. Dit gaat niet alleen ten koste van water maar ook van het koraal. In 4 jaar tijd is het koraal achteruit gehold. Geen koraal betekend minder of geen dieren onder water. Daar zit niemand op te wachten. En ik al helemaal niet”, rolt er afgemeten uit haar mond.

Door Gertjan van Capellen
Foto ’s Frannie en René van Haalen.


Ad van Manen, zijn leven was DOVO

“DOVO heeft mijn leven gekleurd”

Hij is net gearriveerd van de jaarlijkse lunch die hij met oud zaalvoetballers, waar hij op zijn 77ste mee is gestopt, onderhoudt als we hem thuis treffen. Ad van Manen (80) is een rustig type maar wel een met een winnaars mentaliteit en volgens zijn vrouw bezeten van sport. Vanaf zijn 14de is hij lid van DOVO. Als er één is die hier gepassioneerd over kan vertellen dan is Ad het wel. Ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan in 1993 van de ‘Old Friends’, schreef hij er zelfs een (jubileum) boek over met de titel – 60 jaar lief en leed met de Rood-Witten -. IMG_4580
Ad in zijn achtertuin aan de Kerkewijk.

Naast zijn auteuristische trekjes en teken- en schilderactiviteiten is hij bovenal een man met een rood hart: “Ik ben vanaf mijn 14de lid, nu dus 65 jaar. Het DOVO virus heb ik doorgegeven aan onze zonen en kleinzonen die net als opa op dezelfde positie speelt, linksback, linkervleugelverdediger heet dat tegenwoordig. Ik ben altijd bij DOVO gebleven. Dat rooie paste mij wel. Van mijn 18de tot mijn 30ste  heb ik in het eerste team gespeeld. Daarna zakte ik af naar het tweede en vervolgens het derde team. In die tijd van het eerste werd ik vier keer  geselecteerd voor het nationaal zaterdagamateurelftal. Dat waren internationale wedstrijden tegen amateurelftallen uit onder andere Frankrijk, Zwitserland en België. Verder heb ik er jaren in het bestuur gezeten, was voorzitter van de elftalcommissie, zat er  negen jaar in de businessclub, was redactielid van het clubblad, zat in de jaren ’90 in de jubileumcommissie en was er leider van het derde team”, aldus Ad.

IMG_4576
Ad (staande tweede van links) in DOVO 1 in 1962 tegen Quick Boys

“DOVO heeft mijn leven gekleurd”, gaat Ad verder. “Je geeft wat maar je krijgt er ook wat voor terug zoals kameraadschap, saamhorigheid en niet te vergeten sportiviteit. Het vormt je. En mij niet alleen. Mijn vrouw was er ook altijd bij betrokken en stond er ook achter. Naast het spelen moest er natuurlijk getraind worden. Eerst één later twee keer per week”.

Wat onderscheidt DOVO? “Hoewel de hoofdmacht het visitekaartje is van de vereniging  draait niet alles om het voetbal. Er wordt meer en meer ingezet op maatschappelijke activiteiten zoals buitenschoolseopvang, samenwerking met scholen, huiswerkbegeleiding en re-integratie van jonge mensen met een Wajong uitkering. Op voetbalgebied hebben we onder andere sinds 2005 een damesteam (promotie 2017), is er een 60+ Oldstars team en een G-team. Met andere woorden voor iedereen is er plek zowel prestatie- als recreatief gericht. Dat siert de club. Maar ook weer niet alles bekijk ik met een DOVO bril. Hoewel verlies pijn doet, als de tegenpartij beter voetbal laat zien heb ik er ook vrede mee. Gelukkig liep het seizoen voor het eerste team goed af en promoveerde zo naar de derde divisie”, aldus Ad die nog alle thuiswedstrijden van DOVO 1 bezoekt.

Volgens een oudgediende had Ad als voetballer een eigen specialiteit ontwikkeld. “Dat klopt, ik was een technische voetballer, al zeg ik het zelf, die er bij tijd en wijle een schaarbeweging in gooide. Die had ik mezelf aangeleerd net als het voetbal zelf. Van mijn ouders had ik dat niet meegekregen. Met een stel jongens hadden we een straatteam in de Zandstraat SANO (Steeds Aanhouden Nooit Opgeven)geheten. In die Zandstraat zat ook schoenmaker Wim Kroesbergen waar ik mijn eerste Goliath voetbalschoenen kocht. Faas (Wilkes, red.) was mijn idool. Hoewel er geen beelden van hem waren vormde ik een beeld door wat ik over hem hoorde via de radio bij interlandwedstrijden en wat er werd geschreven. Zo was hij handig met de bal en dat sprak mij enorm aan”.

Ad tot slot: “DOVO wordt nog altijd ervaren als een vriendenclub met een wijdverbreide reputatie. Heel Nederland kent DOVO. De club die volgend jaar 85 jaar bestaat en waar ik 65 jaar lid van ben kijk ik mooi op terug. Natuurlijk waren er ook dieptepunten zoals de degradatie in 2006 en niet te vergeten de grote brand van het clubhuis in 1975. Maar het heeft me meer vreugde dan verdriet gebracht”, aldus Ad van Manen.

Tekst en Foto’s Gertjan van Capellen


 

marina

Frans en Marina Davelaar

Ze wonen nu bijna drie jaar in Veenendaal zuid nadat ze 40 jaar aan de Holleweg hadden gewoond in het huis van zijn ouders. Maar de zestigplussers verkozen ontspanning in Zuid boven het onderhoud aan hun grondgebonden woning. We zijn thuis bij de altijd praatgrage Frans Davelaar en zijn vrouw Marina die een riant hoekappartement bewonen aan de Slotemaker de Bruïnestraat in een van de drie prachtige gebouwen met de naam Matisse, genoemd naar een vermaarde schilder uit de Franse kunsthistorie. Wonen in Matisse is wonen met een wow factor!

Over vermaard gesproken kan Frans wedijveren met de genoemde schilder maar dan vooral op het gebied van sport en muziek. “Muziek zit in mijn DNA. In 1965 speelde ik al in de band Relax samen met vrienden tot 1968. Maar de één krijgt verkering, de andere trouwt of wordt vader. Helaas zijn ze allemaal overleden. Voor de reünies, die in 1997 in diverse plaatsen en locaties plaats vonden, kwamen we nog geregeld bij elkaar. Dat waren fantastische avonden. Muziek was echt mijn ding, bezocht ook veel concerten. Als je het nu nog hebt over bands als de Stones, de Who of Fleetwood Mac, krijg ik nog steeds kippenvel. Ook op sportgebied was ik actief. Zo voetbalde ik bij Kulan (SKF, red.), NSVS en Renswoude. Verder schaats en skeeler ik en zit veel op de mountainbike. Vandaag ben ik nog in Harderwijk geweest, een tocht van zo’n 90 kilometer. Ik kom uit een groot gezin, een echt arbeidersgezin. Op mijn 15de ben ik gaan werken in de bouw bij Boers aan de zandstraat. En dan s’ avonds naar de avondschool om wat bij te leren. Op een gegeven moment leerde ik Marina (van Asselt, red.) kennen waar ik in 1976 mee trouwde. We kregen een dochter, Sharon”.

Wat is Frans voor een man vragen we Marina. “Heb je even? Nee gekheid. Frans is een lieve en een bezorgde man die niet tegen onrecht kan en is recht door zee. Natuurlijk is hij net als iedere man soms ook een beetje ondeugend”. Frans wil haar de details besparen: “Met 57 ½ ben ik de VUT in gegaan en kreeg ik op mijn 58ste een hartinfarct op de mountainbike. Maar het kwam gelukkig allemaal weer goed. Qua wonen hadden we het al jaren over makkelijker wonen. Verbouwen vonden we geen optie. Dan maar verhuizen. En nu zitten we al weer drie jaar hier. Het was liefde op het eerste gezicht”.

Marina kan het beamen. “Ik heb hier tot mijn 23ste op de Klaas Katerstraat gewoond en kende de Zuidwijk wel een beetje. Het mooie van deze plek is dat je uitzicht heb op een levendig winkelplein waar je alles bij de hand heb. In de woning komt veel licht naar binnen en achter hebben we een groot gemeenschappelijk dakterras. Hard stoken is er hier niet bij en van de levendigheid zoals op de vrijdagmarkt hoor je niets. We hebben het hier uitstekend naar onze zin”, aldus Marina. “De markt op vrijdag”, gaat Frans verder, “is een prachtige voorstelling met geduldige en ongeduldige mensen. Het is lachen, gieren en brullen soms. Ook het contact met de buren is prima. Zo lang onze gezondheid het toelaat blijven we hier wonen”, weet Frans zeker.

Marina heeft wel een kanttekening: “Stel als ik alleen overblijf dan zou ik hier niet blijven. Dan is het te groot”. Frans daarover: “Het gebruikoppervlak mag dan 104 m2 bedragen, ik zou hier wel blijven. Maar voorlopig wonen we en leven hier met veel plezier. Aan ons zijn de geraniums nog niet besteed”, aldus Frans die zich nogal eens realiseert dat hij een turbulent leven heeft gehad maar tegelijkertijd ook een mooi en boeiend leven.

Door Gertjan van Capellen.


Bart van Reemst

bart van reemst Mijn naam is Bart van Reemst, ik woon sinds 2000 als single in het Rembrandtpark.

Ik werk bij de bloemen- en plantenveiling Plantion in Ede en verder fotografie. Mijn hobby’s zijn naast fotografie, lezen en reizen. Vooral het verre oosten en Noord Amerika.

Vanaf 2011 ben ik betrokken bij wat nu Stichting Bewonerscommissie Rembrandtpark is. BC RembrandtparkInmiddels ben ik daar ongeveer 3 jaar voorzitter van. Ook ben ik betrokken bij de Bewonerscommissie ’t Franse Gat.

Ik vind ’t Franse Gat een gezellige wijk met voldoende winkels en dicht bij het centrum.

 

 


Gerben Bleijenberg

gerben bleijenberg 1Mijn naam is Gerben Bleijenberg, 28 jaar, getrouwd met Christy en we wonen in Veenendaal.

Ik ben jongerenwelzijnswerker bij The Mall, technisch coördinator bij VV DOVO en ZZP’er. Naast jongeren welzijnswerker bij The Mall ben ik jeugd coördinator bij VV DOVO voor de pupillen. Je kunt me vinden in de Vuurvlinder (Patrimoniumlaan 128) en op maandag in Wijkcentrum Plein Zuid (Dr. Colijnstraat 70).

Als jongerenwelzijnswerker in de wijk vind ik het ontzettende mooi om met jongeren te kijken naar hun mogelijkheden. Waar zijn ze goed in en hoe kun je dat versterken? Mochten er jongeren zijn met goede en/of leuke ideeën op het gebied van sport, cultuur, etc. dan is hij/zij van harte welkom bij de vuurvlinder!

Mijn hobby’s zijn voetbal, wielrennen, mountainbiken, film kijken en lezen.

Ik vind ’t Franse Gat een gezellige wijk met een grote diversiteit aan mensen en er is een erg leuk plein met winkels. Eigenlijk is bijna alles wel in de wijk te vinden. Er zijn vooral ook aardig wat betrokken mensen.

Mijn wens voor de wijk is één centraal buurtcentrum voor iedereen in de wijk.